Gespecialiseerde verpleegkundige NAH

Inleiding


Als gevolg van hersenletsel kunnen allerlei veranderingen op cognitief, emotioneel,gedragsmatig en sociaal gebied ontstaan.

Deze veranderingen beïnvloeden de dagelijkse leef- en leersituatie mensen met hersenletsel of maken dat zij aangewezen zijn op een woonvoorziening en specifieke dagbesteding. De gevolgen van hersenletsel zijn vaak zo complex, dat voor elke patiënt een specifieke, individuele aanpak noodzakelijk is. Als verpleegkundige beschik je al over de nodige basisvaardigheden en kennis op het gebied van verpleging en verzorging, maar bij deze doelgroep is inzicht vereist in de specifieke gevolgen van hersenletsel om een goed zorgplan op te stellen.
In zowel de intramurale zorg, zoals verpleeghuizen, maar ook in de ambulante zorg is behoefte aan een specialistische opleiding van verpleegkundigen over de gevolgproblematiek van hersenletsel.
In overleg tussen het werkveld, in het bijzonder WZH Nieuw Berkendael en de opleidingsinstituten AXON leertrajecten en Stichting ITON is hiertoe een gespecialiseerde opleiding ontwikkeld op POST HBO-niveau (niveau 5/6).

Doelgroep

De opleiding is bestemd voor verpleegkundigen in de zorg voor mensen met niet aangeboren hersenletsel met enige praktijkervaring. Zij zijn minimaal een half jaar werkzaam in ziekenhuiszorg, revalidatie, de intramurale zorg of in de ambulante dienstverlening.

Resultaat

De gespecialiseerde verpleegkundige NAH is in staat de regie te nemen in het opstellen en uitvoeren van een passend zorgplan, rekening houdend met alle (zowel directe als indirecte) gevolgen van het hersenletsel. Door afstemming met de diverse disciplines in het begeleidingsteam en met de uitvoerend verpleegkundigen, verzorgenden en begeleiders komt de gespecialiseerde verpleegkundige tot een adequaat zorgplan.

 

Het programma

Module 1: Neurowetenschappelijke achtergronden van de neurorevalidatie

Neurofilosofie

Analyse van het probleem: de empirische cyclus als systematische aanpak. Overzicht van opvattingen over het zenuwstelsel die voor de klinische praktijk bruikbaar zijn: reflexmodel, hiërarchisch model, sensomotorisch (perceptie-actie-)model.
Functielokalisatie in de hersenen en hemisfeerspecialisatie: neurale “ensembles” vs centra. Beeldvormende technieken. Consequenties van de nieuwe inzichten voor de gevolgen van hersenbeschadiging. Nadruk ligt op het verband tussen theorie en praktijk.

Toegepaste neuroanatomie en neurofysiologie

Bouwstenen van het zenuwstelsel (neuronen en synapsen). Ontwikkeling zenuwstelsel. Ligging en terminologie van de belangrijkste structuren in de hersenen. Praktische oefeningen aan de hand van hersenmodellen. Doel is vertrouwd te raken met neurowetenschappelijke termen.
Relatie tussen neuroanatomie met de op dag 1 besproken modellen.

Oorzaken en gevolgen van hersenbeschadiging: een overzicht

Oorzaken van hersenbeschadigingen. Algemene concepten m.b.t. gevolgen van hersenbeschadiging; regels m.b.t. neurologische diagnostiek.
Neurologische, neuropsychologische en psychologische veranderingen/symptomen (primaire, secundaire en tertiaire schors). Linker- en rechterhemisfeer-symptomen.
De manifestatie van stoornissen in het dagelijks leven.

Co-morbiditeit
Bijkomende ziektebeelden en specifiek verslaving bij hersenletsel en specifiek psychiatrische stoornissen of Dreigend Destructief Gedrag

Module 2: Veranderingen/stoornissen van cognitie en gedrag na hersenbeschadiging
Neuropsychologie
De afasieën, benaderd volgens het klassieke syndroom-model en volgens het recente denkmodel van Ellis en Young.
Neglect: de vele uiteenlopende vormen en varianten, met praktische voorbeelden.
De apraxieën (stoornissen van het handelen), problemen rond definitie en differentiaal-diagnostiek.
De agnosieën (stoornissen van de herkenning). Indelingen van de agnosieën.  Benadrukt wordt dat deze stoornissen goed uitgelegd worden aan patiënt en familie. Hierbij is aandacht voor de vertaling van de diverse stoornissen naar gedragsuitingen.
Analyse van gedrags- en stemmingsverandering na hersenletsel volgens Goldstein. Operante gedragscirkel. Speciale bespreking van: frontaal/dysexecutieve syndroom en noso-agnosie (beperkt geheugen- en geheugenstoornissen).
Bespreking van de belangrijkste indelingen van het geheugen en hun neurale verankering. Geheugenstoornissen (amnesie) na hersentrauma (retro- en anterograad).

Observatie, evaluatie en probleemanalyse
Observeren van een CVA-patiënt met o.a. neuropsychologische stoornissen (video “Ik zie niet waar ik voel”).
Functionele evaluatie van de CVA-patiënt (tests en schalen): waarom klinimetrie? Oriënterend Neuropsychologisch Onderzoek (ONO).
Presentatie en plenaire discussie naar aanleiding van eigen ingebrachte casus: probleemanalyse, dwz het rechterdeel van de empirische cyclus.

Module 3: Interventie: Biologische en leertheoretische fundamenten van de neurorevalidatie
Biologische fundamenten
Recente inzichten m.b.t. plasticiteit van het zenuwstelsel op micro- en macroniveau. Relatie tussen plasticiteit, leren en revalidatie. Habituatie en sensitisatie. Klassieke en operante conditionering. Cross-modale plasticiteit. Beïnvloeding van plasticiteit?
Herstel na hersenletsel: feit of fictie? Herstelmechanismen na hersenbeschadiging, met praktische consequenties. Relatie tussen vormen van therapie/training en deze herstelmechanismen.
Revalidatie als leerproces en de praktische consequenties daarvan. Resumé principes van leren en geheugen. Theorieën over het leren van motorische vaardigheden: engram (perceptuele) theorie, schematheorie, ecologische theorie, met praktische patiëntvoorbeelden.
Cognitieve gedragsmodificatie, o.a. vormen van reinforcement, die ook door paramedici en verpleegkundigen kunnen worden ingezet. Belang van uitleg (educatie).

Principes en methoden
Enkele interventiemethodes, o.a.: chaining, imitatieleren, verbale zelfsturing, foutloos leren. Nadruk: welke strategie bij wie, wanneer en waarom?
De principes van mental practice, dubbeltaken en sensorische compensaties worden besproken.

Intensieve neurostimulatie bij langetermijn bewustzijnsstoornissen
- Visie op neurostimulatie
- Uitgangspunten
- Methodieken

Module 4: Synthese: de patiënt centraal
Stoornisgerichte behandelingen
Stoornisgerichte aanpak, een overzicht: kritische overwegingen, voor- en nadelen. Uitwerking voor diverse stoornissen: parese, hemianopsie, sensibiliteitsstoornissen, neglect, apraxie en agnosie.
Aandachtstoornissen, geheugenstoornissen, beperkt ziekte-inzicht (noso-agnosie) en executieve stoornissen.

Praktijkvoorbeelden
Plenaire bespreking voorbeeldcasussen en eigen casuïstiek

Patiëntgerichte behandeling
Aanzet tot het formuleren van een interdisciplinair behandelplan. Het gaat hierbij dus ook en vooral om het linkerdeel van de empirische cyclus (interventiehypothese, uitvoering behandeling en evaluatie).

Module 5: De patiënt in relatie tot zijn omgeving
Ziekte inzicht
Ziekte inzicht (bij zowel de patiënt als zijn omgeving)
Begeleidingsmethodieken

Rouw en verliesverwerking
Rouw en verliesverwerking

De omgeving van de cliënt
Samenwerken met de partner en andere familieleden
- afstemming van behandeling
- inzet van familie en vrienden als onderdeel van de behandeling
Arbeidsperspectief – arbeids(re)integratie
Herstel of herontwikkeling van het sociale netwerk

Omvang van de opleiding:
Verspreid over een lesjaar wordt elke 14 dagen een dag cursus gegeven. Daarnaast loopt de student stage bij ofwel de eigen organisatie ofwel Nieuw Berkendaal, waarbij persoonlijke ondersteuning wordt geboden door een praktijkopleider.

Certificaat en accreditatie
Als je de opleiding succesvol hebt afgesloten, ontvang je het Certificaat Gespecialiseerde Verpleegkundige NAH van het Nederlands Centrum Hersenletsel. De opleiding wordt geaccrediteerd door V&VN.

 

Literatuur:

Tijdens de opleiding worden diverse readers verstrekt of literatuuradviezen gegeven.

Praktische informatie

Duur 20 dagen
Voorbereiding +/- 2 uur per lesdag
Aantal deelnemers  15
De opleiding start
in januari 2021.
Kosten per deelnemer zijn
€ 3.530,- excl. literatuur
Mogelijk kan uw organisatie een beroep doen op sectorgelden, waardoor de kosten tot 50% gereduceerd kunnen worden.